Op weg naar biddend leren leven stond de maand mei in het teken van een nieuwe kijk. 20 mei was de datum waar dit werkelijkheid werd. Ik las het hoofdstuk Afgescheiden in de spirituele erfenis van Ernst Marijnissen OP: het boek De Waterdruppel. Dit hoofdstuk lijkt wel haast een beschrijving van hoe mijn geestelijk weg verloopt, inclusief beelden die ikzelf inmiddels ook gebruik. Zijn duidingen geven mijn geloofsweg plaats en zin in mijn leven.
Gebruik makend van citaten uit zijn boek, vertel ik hierover in deze eerste van twee posts. Voor een goed begrip is het belangrijk om te weten, dat hij de Torah (de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse bijbel) ziet als de weg naar waarlijk mens worden. De Torah vormt de grondslag van het Joodse geloof. Jezus was degene in wie deze menswording zijn beste uitdrukking vond. In Hem is het Woord waarlijk vlees geworden. Marijnissens vertaling van JHWH luidt: 'Ik zal zijn die Ik zal zijn'.
afgescheiden
Woest en ledig. Dat is de aarde met haar bewoners voordat haar menswording in beweging komt. (...) De eerste die aan de voet van de branding staat, is de 'Ik zal er zijn die Ik zal zijn'. Dan trekt deze uit goedertierenheid, dat betekent zonder voorwaarden vooraf en met voorbijzien aan welke prestatie dan ook, een mens - mensen - uit de duistere wateren van de chaos. Dat beeld van God als visser van mensen krijgt later in Jezus van Nazareth scherpe contouren (Lucas 5, 10). Een mens wordt opgevist uit de wateren en op het droge geplaatst. Hij weet niet waarom noch waartoe, maar ervaart dat hij is afgescheiden van de chaos.
Afgescheiden zijn, anders zijn dan anderen, heb ik altijd gevoeld. Ik heb mijn eigen wegen gevonden om er toch bij te horen, maar afgescheiden zijn is (terugkijkend) heel herkenbaar. Tijdens mijn eerste kloosterbezoek in 1994 aan de St. Paulusabdij in Oosterhout (N.Br.) werd ik mij daar sterk van bewust. Ik werd geraakt door de vieringen in de kapel, m.n. door de eucharistie, maar voelde mijzelf zonder christelijke achtergrond afgescheiden van de andere bezoekers en de broeders.
Marijnissen gaat dan verder in op de ervaring van de drenkeling op het droge.
Zijn ogen zijn niet langer vertroebeld door de ziedende zee en zijn oren niet langer verstopt door de zuigende druk van het kolkende water. De wirwar aan zijn voeten verliest niets van zijn dreiging en gulzigheid. Er is nog geen sprake van verweer, laat staan van enig inzicht hoe dit geweld te keren en blijvend te ontkomen. Eerder is er de angst voor de terugval...
Voor mij is onze maatschappij met heel zijn jachtigheid, oppervlakkigheid, kapitalisme en consumentisme die dreigende chaos aan mijn voeten. De zuigkracht is sterk en de angst dat ik de vaste grond van mijn geloof onder mijn voeten verlies, steekt met enige regelmaat de kop op. Ook deze maand weer.
hand op de schouder
...en juist dan - dit is niet meer dan een beeld - voelt hij een hand op de schouder. Zo 'geschiedt' het, hoe de concrete en historische omstandigheden ook moeten worden ingevuld, altijd weer. In het gebaar van redding en behoedzaamheid door de 'Ik zal zijn die Ik zal zijn' weerklinkt het Woord en spreekt de Stem. In dat gebaar wordt de uitgekozene bekleed en toegerust. Hij verneemt de grond waartoe en waarom hij aan de chaos is ontrukt.
De sterkste ervaring van de hand op mijn schouder (zelfs letterlijk...) was mijn Godservaring in 2006, mijn bekeringsmoment, in Oberzeuzheim (Duitsland). Maar telkens op momenten dat ik vrees dat ik mijn geloof kwijt ben of dat het fundament onder mijn geloof niet stevig genoeg is, is er die behoedzame hand op mijn schouder. In de vorm van een ervaring, een retraite of, zoals deze maand gebeurde, een boek als De waterdruppel.